Ik lees en ik lees me helemaal suf, Kotter, Boonstra, Schein, Straathof, allemaal prachtige theorieën en ideeën over cultuur, power, structuur en innovaties. Maar hoe kan ik dit nu allemaal inzetten voor mijn innovatie-analyse, wat is het verband met de ontwikkelingen rondom het rekenonderwijs op de Montessorischool. Hoe verbind ik alle theorie aan de praktijk binnen de school op een zodanige manier dat daar praktische aanbevelingen uit voortkomen die de slagingskans van deze innovaties gaan vergroten.
Voorlopig zie ik door de bomen het spreekwoordelijke bos niet meer.
Maar wees gerust ..... ik blijf gewoon zoeken.
Jaap Boonstra heeft in zijn publicaties over veranderingen van verschillende ordes;
1e orde veranderingen, gericht op een verbetering van een bepaald aspect binnen de bestaande organisatie. De verandering wordt ingezet vanuit bekende en beproefde strategieën in de organisatie. Er komt eigenlijk geen echte verandering maar een verbetering van de eerdere organisatie. Bij 1e orde veranderingen gaat het vaak om technische en instrumentele aspecten binnen de organisatie. Vaak wordt binnen deze orde een ontwerpbenadering voor de verandering gekozen.
2e orde veranderingen, gericht op een transformatie (doelbewuste verandering) van de huidige organisatie. De verandering richt zich op de structuur, cultuur en het individuele gedrag binnen de organisatie. De organisatie gaat van een bekende ongewenste situatie naar een onbekende gewenste situatie, vanuit een nieuwe veranderstrategie. Men verlaat situatie a en verschuift naar situatie B waarin met gaat experimenteren met het gewenste gedrag. Binnen deze orde wordt gekozen voor een ontwikkelingsbenadering om te komen tot de gewenste verandering.
3e orde veranderingen, gericht op een transitie binnen de huidige organisatie. Het loslaten van hetgeen er was. Niet alleen de organisatie veranderd maar ook de wijze waarop de verandering wordt ingezet. Vaak zijn daar meerdere partijen bij betrokken.
Vanuit een eerste beschouwing is de innovatie die ik onderzoek een 2e orde verandering.
Volgens Boonstra heeft een 2e orde verandering vanuit een ontwikkelingsbenadering de volgende kenmerken en resultaten:
- Organisatie als bron van ervaring
- vanuit bestaande organisatie verbeteren
- gebruik van kennis en inzicht personeel
- probleemgericht
- vergroting veranderingsvermogen
- voortdurende iteratief proces
- sociaal-politieke procesrationaliteit
- aandacht voor veranderingscapaciteit
- concrete werkwijzen -> abstracte modellen
- gebruik van materiekennis
- vloeiende overgang tussen fasen.
(Bron: Boonstra, J.J, Leidinggeven aan veranderende organisaties. Balanceren tussen verbeteren, veranderen en vernieuwen (2000).
Op de site : cuehouseofcoherence.nl vond ik verdere informatie.
Er zijn 3 niveaus van ontwikkeling binnen een innovatie, afhankelijk van de complexiteit van de innovatie. Deze drie niveaus zijn:
- leren, vanuit een lerende organisatie.
- Veranderen, vanuit verandermanagment.
- Transitie, vanuit transitieprocessen.
Leren is het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en gedrag zodat bestaande processen worden verbeterd.
Kernvraag hierbij is "Doen we het goed of kan het beter?"
Veranderen is het op basis van externe ontwikkelingen aanpassen van de bestaande identiteit, waardoor de organisatie beter in de context past.
Kernvraag: "Doen we de goede dingen?"
Transitie is het loslaten van de bestaande identiteit en het ontwikkelen van een nieuwe identiteit, door een co-creatie binnen een nieuwe context waarbinnen de organisatie gaat bestaan op basis van nieuwe ordeningsprocessen.
Kernvraag: "Was dat wat we dachten wel goed?"
Wanneer ik mijn innovatiecasus spiegel aan de bovenstaande informatie kom ik uit op een proces van veranderen waarbij het belangrijk is om de huidige cultuur, structuur en het individuele gedrag aan te gaan passen aan de nieuwe gewenste situatie passend bij de nieuwe context.
De site geeft nog het volgende mee:
"Het begeleiden van leer-, verander- en transitieprocessen is een vaak een stevige opgave. Begeleiders moeten zelf de stap in zekere zin al hebben gezet:
- mensen leren niet van mensen die niet kunnen leren
- mensen veranderen niet met mensen die zelf niet veranderen
- mensen gaan geen transitieproces aan met mensen die zelf hun identiteit niet durven los te laten"
Verder uitwerking volgt nog!